Blog #8 EcoDesign - Milieu bewust ontwerpen

We kennen allemaal de 10 R’s en de ideeën achter circulair ontwerpen. Maar hoe breng je die mooie doelen nu echt naar de praktijk in een interieurproject? Het antwoord is Ecodesign.

Ecodesign, of milieubewust ontwerpen, is je meest praktische handleiding om de milieu-impact van een product of interieur te verlagen gedurende de hele levenscyclus. Het gaat veel verder dan alleen recyclen. Ecodesign dwingt je om kritisch te kijken naar alles: van de herkomst van de grondstoffen tot hoe de gebruiker het product uiteindelijk weer uit elkaar haalt.

Wil je project voldoen aan de hoogste eisen en certificaten zoals BREEAM en WELL behalen? Dan is Ecodesign je fundament.

Wat is Ecodesign en hoe verschilt het van circulair ontwerpen?

Hoewel Ecodesign en circulair ontwerp vaak in één adem worden genoemd, is er een belangrijk verschil:

ConceptHoofddoelFocus
EcodesignMinimalisatie van milieu-impact.Het minimaliseren van negatieve milieueffecten in alle fasen van een lineaire of cyclische levensloop
Circulair ontwerpenEliminatie van afval en waardebehoud.Het ontwerpen van gesloten kringlopen waarin materialen en producten oneindig circuleren op hun hoogste waarde.

Ecodesign is de werkwijze om de milieudoelstellingen van circulair ontwerpen te bereiken. Je kunt pas echt circulair ontwerpen als je eerst de Ecodesign-principes hebt toegepast om de milieu-impact van je materialen en processen te minimaliseren.

De vier pijlers van Ecodesign in het interieur:

Ecodesign dwingt ons om kritisch te kijken naar vier cruciale fases in de levenscyclus van elk interieurelement:

Pijler 1: Materialen en grondstoffen (upstream)

De keuzes die je hier maakt, hebben de grootste impact.

  • Lage-impact materialen: Geef de voorkeur aan materialen die weinig energie en water kosten om te produceren. Denk aan hernieuwbare bronnen (FSC-hout, bamboe, kurk) of gerecyclede content (gerecycled staal, gerecycled glas, gerecycled PET-vilt).
  • Gezonde materialen: Vermijd materialen met schadelijke stoffen, zoals vluchtige organische stoffen (VOC’s), formaldehyde of zware metalen. Dit is direct gekoppeld aan het WELL-certificaat en de focus op menselijke gezondheid.
  • Monosheets: Kies voor monomateriaal of materialen die eenvoudig van elkaar te scheiden zijn aan het einde van de levensduur. Een verlijmde composietplaat is moeilijker te verwerken dan een massief houten blad.
  • Lokale sourcing: Minimaliseer transportkilometers door te kiezen voor lokaal gewonnen of geproduceerde materialen.

Pijler 2: Productie en fabricage (middentermijn)

De focus ligt op het minimaliseren van energie-input en afval tijdens de productie.

  • Efficiëntie in proces: Kiezen voor fabrikanten die werken met groene energie, weinig water verbruiken en een zo hoog mogelijke materiaalbenutting hebben (nesting optimalisatie).
  • Minder afval: Ontwerp meubels en elementen zodat er minimaal snijverlies is van platen en profielen. Denk aan modulaire systemen die standaardafmetingen gebruiken.
  • Duurzame afwerkingen: Gebruik poedercoatings in plaats van natte lakken (minder oplosmiddelen) of natuurlijke oliën en waxen.

Pijler 3: Gebruik en functionele levensduur (downstream)

Dit is de fase waarin het product of interieur daadwerkelijk wordt gebruikt. Een lange en efficiënte levensduur is hier het doel.

  • Energie-efficiëntie: Dit is vooral cruciaal bij verlichting en apparatuur. Kies voor LED met een hoge lichtopbrengst en slimme regelsystemen.
  • Waterbesparing: Bij badkamer- en keukenontwerp, selecteer kranen en toiletten met een laag waterverbruik.
  • Duurzaamheid en repareerbaarheid: Een product moet ontworpen zijn om gerepareerd te kunnen worden, niet alleen vervangen. Zorg voor duidelijke instructies en een makkelijke toegang tot vervangende onderdelen.
  • Onderhoudsarme oplossingen: Kies materialen die weinig agressieve schoonmaakmiddelen of onderhoud vereisen, waardoor de impact tijdens de gebruiksfase laag blijft.

Pijler 4: Einde van de levensduur (end-of-life)

De laatste stap, die al bij de eerste schets bedacht moet zijn.

  • Demontagegemak: Het interieur moet gemakkelijk uit elkaar te halen zijn in zuivere materiaalstromen. Gebruik kliksystemen, schroeven of herbruikbare verbindingen in plaats van lijm.
  • Scheidbaarheid: Zorg dat onderdelen met verschillende materiaalsoorten (hout, metaal, textiel) eenvoudig te scheiden zijn. Dit verhoogt de recyclebaarheid.
  • Waardebehoud: Bepaal of onderdelen of het hele product in aanmerking komen voor hergebruik, reparatie of remanufacturing (de R-ladder). Documenteer de materialen en maak deze informatie beschikbaar (het 'materiaalspaspoort').

Conclusie

Ecodesign is je routekaart. Door deze vier pijlers consequent toe te passen, zorg je ervoor dat je project niet alleen een kleinere ecologische voetafdruk heeft, maar ook automatisch de basis legt voor certificaten als BREEAM en WELL.

Bronnenlijst

WELL Building Standard International WELL Building Institute (IWBI). (z.d.). WELL v2 (en latere versies). Geraadpleegd via https://v2.wellcertified.com/en/wellv2/overview

BREEAM
BRE Global. (z.d.). BREEAM New Construction (of relevante schemabeschrijving). Geraadpleegd via https://www.breeam.nl/documentatie

Ellen MacArthur Foundation
Ellen MacArthur Foundation. (z.d.). Towards a Circular Economy: Business rationale for an accelerated transition. Geraadpleegd via https://www.ellenmacarthurfoundation.org/


Cradle to Cradle
Cradle to Cradle Products Innovation Institute. (z.d.). Cradle to Cradle Certified® Product Standard. Geraadpleegd via https://c2ccertified.org/resources/product-standard

ISO 14040 (LCA)
International Organization for Standardization (ISO). (z.d.). ISO 14040: Environmental management — Life cycle assessment — Principles and framework. Geraadpleegd via https://www.iso.org/standards.html

Loading footer...